Wilgengors
(emberiza aureola)
Het mannetje is in de zomer zeer kenmerkend, met een kastanjebruine kruin, bovendelen en smalle borstband, een zwart gezicht en twee opvallende witte vleugelstrepen. In de winter is hij valer. Het vrouwtje en juvenielen verschillen van het grotere vrouwtje en juvenielen van de Geelgors vooral door het bruin voorhoofd, de donkere zijkruinstreep tussen de opvallende roomwitte wenkbrauw- en kruinstreep, de ongestreepte onderdelen (behalve de flanken) en de veel opvallendere vleugelstrepen.
Zijn zang is luid en muzikaal, zoals die van de Ortolaan, maar hoger en sneller. Zijn roep is een kort scherp tsik en een zacht trssit.
Open gebieden met bomen en struiken.
NO-Europa, trekt weg naar ZO-Azië en keer in juni terug.
In C- en W-Europa een dwaalgast, ook in Nederland en België.
L 14 / SW 21,5-24 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb