Draaihals

(jynx torquilla)

 

De Draaihals heeft een zangvogelachtig voorkomen. Het is de enige langeafstandstrekker onder de spechten. Hij is bruin, grijs en wit gevlekt en heeft een gebandeerde camouflagetekening. Hij heeft een lange staart. Hij kruipt langs boomstammen als de veel kleinere boomkruipers maar heeft een rechte snavel lange staart en bruine onderdelen. 

Hij heeft een minder golvende vlucht dan andere spechten en zit dwars op takken als een zangvogel. Hij foerageert vaak op de grond, hippend met opgerichte staart.

Zijn zang is een luid, helder kieuw-kieuw-kieuw-kieuw-kieuw-kieuw, als van een Boomklever, Kleine Bonte Specht of Torenvalk. Ook roffelt hij.

Open loofbossen en andere gebieden met verspreide bomen. Hij nestelt in boomholen.

In Nederland en België tegenwoordig een zeer schaarse broedvogel. Doortrekker in kleine aantallen.

 

L 16-17 / SW 25-27 / BD