Zwartkopgors
(emberiza melanocephala)
Het mannetje verschilt in de zomer van alle andere gele gorzen door de contrasterende zwarte kop en de ongestreepte gele keel en onderdelen (valer in de winter). Het vrouwtje is als een groot vrouwtje van de Huismus maar de bovendelen hebben een roodbruine waas, de stuit is licht kastanjebruin en de onderdelen lichtgeel. Bij juvenielen zijn de onderdelen en de stuit licht geelbruin.
Zijn zang is vrij melodieus, beginnend met een raspend tjit, tjit, tjit. Zijn roep is tjup, tjit of zie.
Gebieden met struiken, olijfboomgaarden, wijngaarden, tuinen.
In W-Europa een dwaalgast, ook in Nederland.
L 16,5 / SW 26-30 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb