Moerassneeuwhoen
(lagopus lagopus lagopus)
De Moerassneeuwhoen is net als de Alpensneeuwhoen vrijwel geheel wit in de winter. Ook hij heeft drie kleden: In de zomer zijn de bovendelen warmbruin, de vleugels en buik zijn grotendeel wit, vooral opvallend in de vlucht. In de herfst verschijnen witte vlekken. In de winter zijn ze geheel wit, uitgezonderd de zwarte staart. Beide geslachten met een in kleurintensiteit en omvang variërende rode lel boven het oog, het opvallendst bij het mannetje.
Vogels op eilandjes aan de Noorse kust (l.l. variegatus) zijn intermediair tussen de Moerassneeuwhoen van de overige gebieden en de Schots Sneeuwhoen.
Zijn roep is een luid krakend en versnellend kwek-wek-wek-wek en gewèh-gewèh.
Toendra en arctische steppen met berke- en wilgestruiken, heides en moerassen, lager dan de Alpensneeuwhoen. In de winter ook op bouwland.
L 37-42 / SW 55-66
Maak jouw eigen website met JouwWeb