Grote Karekiet
(acrocephalus arundinaceus)
De Grote Karekiet is bijna zo groot als de Koperwiek. Hij is als een enorme Kleine Karekiet met roodbruine tinten, een zwarte teugel, een opvallendere geelbruine wenkbrauwstreep en een veel dikkere snavel.
De Chinese Karekiet (a.a. orientalis - O-Azië; mogelijk een aparte soort) is kleiner en heeft een gestreepte keel. Dwaalgast in Israël.
Zijn zang is luid krakend en herhalend, karra-karra-karra-kriek-kriek, minder imiterend dan de Kleine Karekiet. Zijn roep is een krassend tsjak en een krakend ghurk.
Rietvelden en andere zoetwateroevers.
In Nederland en België een schaarse broedvogel.
L 19 / SW 25-29 / B
Nest
De Grote Karekiet nestelt in grote rietvelden of in brede rietstroken langs oevers van plasjes, meren en rustige rivierlopen.
Het nest is cilindrisch, diep en stevig gebouwd. De doorsnede is 10-12 cm en de hoogte 15-20 cm. Het is het werk van het vrouwtje dat het, alleen door het mannetje vergezeld, in de tijd van ongeveer 5 dagen bouwt. Het nest is gebouwd en opgehangen aan 4-9 rietstengels, die door de wanden heen lopen. Als bouwmateriaal dienen gras- en rietbladeren die op het water en op de droge oever verzameld worden. De nestkom is met een dun laagje bekleed, bestaande uit verschillende plantendelen, mos en verhoudingsgewijs met maar weinig vruchtpluis, wol en veertjes gevoerd. De nestranden zijn een beetje naar binnen gebogen zodat het broedsel niet in het water kan vallen. Het nest hangt meestal boven het water op een hoogte van 0,3-1,4 m. Omdat de vogels hun nesten in een tijd bouwen dat het riet nog groeit, wordt de afstand tot de waterspiegel groter door het uitgroeien van de rietstengels.
Hij nestelt meestal eenmaal per jaar, van mei tot juli, en slechts zelden tweemaal. De 4-5, bij uitzondering 3 of 6 eieren zijn blauwachtig wit, lichtblauw, lichtblauwachtig groen, lichtbruingeel of geelachtig grijs met fijne en grovere donkerbruine, olijfbruine of zwartbruine vlekjes en vlekken en olijfkleurige of grijsviolette 'ondervlekking'. Beide oudervogels broeden. In sommige gevallen voert het mannetje het vrouwtje terwijl zij op het nest zit. Na 13-15 dagen komen de jongen uit, die nog 12 dagen door de ouders in het nest gevoerd worden. Vier dagen na het verlaten van het nest beginnen ze in het rietveld met vliegen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb