Citroenkwikstaart

(motacilla citreola)

 

Het adult-zomer mannetje is helder geel met een donkergrijze mantel, een zwarte basis van het achterhoofd en een dubbele witte vleugelstreep. Het mannetje-winter en het vrouwtje-zomer zijn voornamelijk grijs op de kop en bovendelen, lichter geel op de onderdelen en de tekening op de achterhoofdsbasis is onduidelijk. Juvenielen en onvolwassenen zijn grotendeels lichtgrijs met een licht geelbruin voorhoofd en de lichte wenkbrauwstreep loopt achterom de oorstreek door. De staart, poten en snavel zijn langer dan die van de Gele Kwikstaart.

Zijn houding en gedrag, o.a. een fanatieker staart-wippen, zijn meer als de Grote Gele Kwikstaart.

Zijn roep is drriep, zoals de Boompieper.

Toendra, moerassen, vochtige hoogvenen, meestal bij zoetwater.

In W-Europa een zeldzame maar vrijwel jaarlijkse gast, ook in Nederland en België.

 

L 17 / SW 24-27 / Z

Maak jouw eigen website met JouwWeb