Vorkstaartplevier
(glareola pratincola)
In de vlucht is de gevorkte staart, de witte stuit en de kastanjebruine ondervleugel zichtbaar. De zwartomgrensde keel en bovenborst zijn crème. De armvleugel heeft een witte achterrand. De snavel is zwart met een rode basis. Juvenielen zijn gevlekt van boven, gestreept op de borst.
Ze jagen in groepen op insecten.
Ze zijn luidruchtig met een sternachtig kik-kik. Soms zijn ze actief in de schemering.
Open steppen en savannen, uitgedroogde moddervlaktes, kale oevers.
In Nederland en België een dwaalgast.
L 23-26 / SW 60-65 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb