Grutto
(limosa limosa)
De Grutto heeft in de vlucht een opvallende witte vleugelstreep en een witte staart met een zwarte eindband, wat hem onderscheidt van wulpen. Hij verschilt in zomerkleed van de kleinere Rosse Grutto door de witte buik de vrijwel rechte snavel, de langere poten, de meer rechtopstaande houding en in de winter door de egalere bovendelen. Het vrouwtje in zomerkleed soms lichter, bruiner, de onderdelen minder gebandeerd dan bij het mannetje.
Zijn roep in de vlucht is kik of tuk (soms dubbel). In de broedtijd een zeer luidruchtig wietèh-wietèh-wietèh, wik-ik-ik of een kievitachtig pi-oe-ie. Zijn zang is een herhaald kruwietoe.
Vochtige graslanden en natte heides. Tijdens de trek verzamelt hij vaak in zoetwatergebieden. Hij overwintert in W-Afrika.
In Nederland een talrijke (in België een vrij schaarse) broedvogel en doortrekker.
L 40-44 / SW 70-82 / BD
Maak jouw eigen website met JouwWeb