Bonte Strandloper

(calidris alpina)

 

Dit is de algemeenste kleine kustvogel in het najaar en de winter. De adult-zomer is de enige kleine steltloper met een zwarte buik. In de winter heeft hij grijsbruine bovendelen en witte onderdelen. Er loopt een donkere streep door de witte stuit en bovenstaartdekveren. De staart is grijs. Hij heeft een licht omlaaggebogen snavelpunt. Vrouwtjes hebben een minder zwarte, gevlekte buik. Juvenielen hebben kernmerkende grijzige vlekjes op de zijborst.

De noordelijke ondersoort alpina is gemiddeld groter met een langere, meer omlaaggebogen snavel dan de zuidelijke ondersoort schinzii en de in Europa doortrekkende en overwinterende ondersoort arctica (NO-Groenland).

Zijn roep is een zwak triep. Zijn zang is trillend.

Hoogvenen, vochtige heides, kwelders. In de winter op modderige kustvlakten en wadden, minder in het binnenland.

In Nederland en België een onregelmatige broedvogel. Doortrekker en wintergast in grote aantallen.

 

L 16-20 / SW 38-43 / bJ