Ransuil
(asio otus)
De Ransuil is de enige middelgrote uil met lange oorpluimen. Hij is slanker en heeft een langwerpiger masker dan de Velduil en de Bosuil. In de vlucht lijkt hij meestal op de lichtere Velduil, maar verschilt hiervan door de rondere en horizontaler gehouden vleugels, de minder contrasterende donkere vlekken op de ondervleugelpunten en de donkerdere achterrand van de bovenvleugel. Hij verschilt van de Bosuil door de langere vleugels, oorpluimen en de oranjegele iris.
De geografische variatie is gering, maar de ondersoort canariensis (Canarische Eilanden) is kleiner. Het vrouwtje is duidelijk donkerder en zwaarder gestreept op de onderdelen.
De vorm en houding is afhankelijk van zijn 'stemming'. Soms maakt hij zich heel lang. De oorpluimen zijn soms over de kop gevouwen.
Zijn zang is een laag oeoeoe, langgerekter en klagender dan de Bosuil. De roep van juvenielen is als een piepend scharnier.
Vooral naaldbossen, gebieden met verspreide bomen, heides, moerassen, duinen. Ze nestelen vaak in oude kraaienesten. In de winter hebben ze vaak gemeenschappelijke roestplaatsen. Hij jaag op kleine knaagdieren, vooral in open terrein.
In Nederland en België een talrijke broedvogel.
L 35-37 / SW 90-100 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb