Roek
(corvus frugilegus)
De adult is de enige grote zwarte vogel met een onbevederde witte plek rond de snavelbasis. In alle kleden verschilt hij van de Zwarte Kraai door de paarse glans, een rafeliger voorkomen (vooral door de 'broek' van lange dijveren) en een puntigere kop en gezicht. Hij verschilt van de kleinere Kauw door de egale kop. Juvenielen en onvolwassenen hebben geen kale plek rond de snavel, waardoor ze op de Zwarte Kraai lijken, maar het voorhoofd is steiler en de bovensnavel loopt gelijkmatiger naar de punt (de onder- en bovensnavel zijn meer symmetrisch).
Hij heeft geen zang. Zijn roep is een krassend kòh of kaah, heser en langer dan die van de Zwarte Kraai en niet vaak driemaal herhaald. Ook een Raafachtige krakende roep en een meeuwachtig kie-oek.
Zijn vlucht is vrij zwaar. Op de grond loopt hij bedaard.
Het gehele jaar door in groepen, vaak samen met Kauwen. Hij broedt vrijwel altijd in kolonies in bomen.
Akkers en graslanden met verspreide bomen en kleine bossen. In de winter ook langs de kust en op het strand.
In Nederland en België een talrijke broedvogel, tevens doortrekker en wintergast.
L 48 / SW 81-99 / BJ
Nest
De Roek vestigt zijn broedkolonie in groepen hoge bomen. De kolonies kunnen soms honderden nesten bevatten. Deze kolonies komen steeds meer in de nabijheid van mensen voor, in steden, parken, op kerkhoven en grote, eenzaam staande bomen en ook op hoge gebouwen. In de kroon van een oude, uitgegroeide boom kan men soms een kolonie van 10-15 nesten vinden. Het solitair broeden komt zelden voor.
Het nest is in vergelijking met dat van de Kraai niet zo stevig gebouwd. Het is wel groter, omdat de Roek graag oude nesten gebruikt die zij restaureren en bijbouwen. Hieraan nemen beide partners deel, waarbij vooral het mannetje het materiaal aandraagt. De onderbouw bestaat uit grotere takken, het bovendeel bestaat uit mos, grasstengels en aarden en de tamelijk kleine nestkom is met gras, bladeren en haren gevoerd.
De Roek broedt eenmaal per jaar. Het vrouwtje legt in de 2e helft van maart 3-5 eieren, die vrijwel hetzelfde gekleurd zijn als die van de Kraai. De ondergrond is meer grijsachtig dan blauwachtig en de vlekking trekt naar het olijfbruine. Het vrouwtje broedt alleen 16-18 dagen en wordt gedurende deze tijd door het mannetje gevoerd. De oudervogel blijft nog 10 dagen op de pasgeboren jongen zitten en laat het voedsel zoeken zolang aan het mannetje over. De constant bedelende jongen blijven 4-5 weken in het nest. In de laatste week hiervan scharrelen ze wat rond het nest.
Maak jouw eigen website met JouwWeb