Kuifeend
(aythya fuligula)
Het mannetje heeft contrasterende witte flanken en zwarte bovendelen. Het is de enige eend met een lange afhangende kuif. Het vrouwtje is bruinig, met een korte kuif, soms met een smalle witte band bij de snavelbasis of een witte anaalstreek (minder opvallend dan bij de Witoogeend. Juvenielen zijn als het vrouwtje. De snavel is blauwgrijs, de iris geel. Ze hebben een witte vleugelstreep.
Stilstaand of langzaam stromend zoetwater, in broedtijd met oevervegetatie. In de winter ook vaak op plassen en meren met kale oevers, soms op kustwateren.
Algemeen.
L 40-47 / SW 67-73 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb