Regenwulp

(numenius phaeopus)

 

De Regenwulp is duidelijk kleiner dan de Wulp. Hij verschilt hiervan door de snellere vleugelslag en van dichtbij door de witte wenkbrauwstreep, de zwarte zijkruinstreep en de lichte middenkruinstreep. Hij lijkt in de vlucht op de Rosse Grutto in de winter maar de snavel is omlaaggebogen, niet iets opgewipt.

De ondersoort alboaxillaris (Z-Oeral) is groter en lichter, met minder duidelijke kruin- en flankstrepen en de stuit, buik en ondervleugel zijn witter.

De ondersoort husonicus (N-Amerika, dwaalgast) heeft een donkere ondervleugel en de onderrug en stuit zijn grijsbruin, net als de rest van de bovendelen.

Hij heeft een kenmerkende vluchtroep, een trillend bie-bie-bie-bie-bie. Zijn zang lijkt op die van de Wulp.

Hoog noordelijke subarctische en arctische hoogvenen en toendra. In de bergen verder zuidelijk. Tijdens de trek en in de winter aan de kust.

In Nederland en België een doortrekker.

 

L 40-42 / SW 76-89 / D

Maak jouw eigen website met JouwWeb