Bosruiter

(tringa glareola)

 

De Bosruiter is kleiner, slanker, lichter en met een langere hals en poten dan de Witgat. Hij heeft een minder opvallende witte stuit, een opvallender witte wenkbrauwstreep, een grijzige ondervleugel en gele of lichtgroene poten, die in de vlucht verder voorbij de staart steken. De grotere Kleine Geelpootruiter mist de wenkbrauwstreep.

Hij heeft een kenmerkende roep, een zacht snel wie-wie-wie of wiet-wiet-wiet in de vlucht, een muzikaal tjoe-ie en bij alarm een schril tjiep-tjiep. De zang in de baltsvlucht is vloeiend en Tureluurachtig.

Bij verstoring vliegt hij hoog op.

Beboste hoogvenen, moerassen. In de winter bij zoetwater.

Voormalige broedvogel in Nederland, nu in Nederland en België een doortrekker.

 

L 19-21 / SW 56-57 / bD

Maak jouw eigen website met JouwWeb