Bokje

(lymnocryptes minimus)

 

Dit is de kleinste snip met de kortste snavel. Hij heeft een dubbele wenkbrauwstreep, geen centrale kruinstreep en geen wit in de staart.

Bij gevaar drukt hij zich, pas op het allerlaatst vliegt hij onder de voeten op. Hij heeft een langzame, minder grillige vlucht, snel weer invallend.

Hij is meestal zwijgzaam of met een zwakke roep. Zijn zang tijdens de baltsvlucht lijkt op een in de verte galopperend paard, lepok-lepol, lepok-lepol.

In de winter vaker op drogere plekken dan de Watersnip.

In Nederland en België doortrekker en wintergast in kleine aantallen.

 

L 17-19 / SW 38-42 / DW