Oorgier

(torgos tracheliotos)

 

De Oorgier is een zeer grote bruine gier met brede vleugels. Van korte afstand is hij onmiskenbaar door de masseve snavel en de kale roomkleurige, grijze, bruine of roze kophuid, vaak met roze (achterhoofd) en grijze (keel) huidplooien. In de vlucht vallen de lichte crèmebruine dijen op.

De ondersoort nubicus (voormalig broedvogel in NW-Afrika) heeft altijd grotere rode keelplooien, lichtere onderdelen en dijen en een opvallende lichte streep langs de onderzijde van de vleugelvoorrand van de adult.

Hij heeft verschillende grommende, knorrende en krijsende geluiden.

Open vlaktes, savannen en halfwoestijnen met verspreide bomen (waarin hij nestelt). 

De voornaamste broedgebieden zijn in tropisch Afrika. Enkele individuen (ondersoort negevensis) komen nog voor in Israël.

 

L 100-115 / SW 266-282

Maak jouw eigen website met JouwWeb