Arabische Woestijnpatrijs
(ammoperdix heyi)
De Arabische Woestijnpatrijs zit qua grootte tussen de Kwartel en de Patrijs in. Hij heeft een roodbruine staart. De haan is voornamelijk rozebruin met gebandeerde flanken, op de kop is hij grijzer met een smalle witte oogstreep en voorhoofdsvlek en met bruine wangen en voorhals. De snavel is oranje, de poten zijn geel. De hen is bruin met een fijne vermiculering, in het veld vrijwel identiek aan de Perzische.
Het adult mannetje van de ondersoorten nicolli (NO-Egypte) en cholmleyi (ZO-Egypte) hebben geen wit op het voorhoofd. De ondersoort nicolli is bovendien meer roodachtig.
Hij kan goed vliegen maar prefereert wegrennen tussen de stenen waar de camouflage optimaal is. Ze zijn meestal in paren.
Hij heeft een dubbele roep als 2 tegen elkaar geschraapte stenen. De slagpennen maken een ratelend geluid in de vlucht.
Stenige, spaarzaam begroeide gebieden, woestijnen en halfwoestijnen.
Voormalige broedvogel (waarschijnlijk uitgezet) in Spanje, Balearen, Sardinië en Sicilië. Recent ingevoerd in Italië, waar hij nu gevestigd is.
L 22-25 / SW 39-41
Maak jouw eigen website met JouwWeb